AFAS Blogt
Auteur: Britt Breure

Tussen de mannen

Waarom je lastige onderwerpen vooral wél moet bespreken

AFAS is een mannenbedrijf. Of, nou ja, eigenlijk wás AFAS een mannenbedrijf. Het aandeel vrouwen neemt gestaag toe. Van 14 procent toen ik hier zeven jaar geleden kwam werken, tot 26 procent nu. Op de supportafdeling – waar de jongste aanwas zit – is zelfs 40 procent al vrouw. Hartstikke mooi, maar een belangrijke vraag is ook: hoe ís het om als vrouw bij ons te werken?

Om daar achter te komen, organiseerden we een bijeenkomst met zo’n vijftien vrouwen uit alle lagen van de organisatie. En dat leverde waardevolle informatie op. Allereerst: bij AFAS werken sterke, mondige vrouwen die zich veilig voelen bij onze organisatie. Best logisch ook, want ze hebben gekozen voor een baan in de ICT, wat relatief gezien nog een mannensector is. Dat sluit ook aan bij de tweede uitkomst: niemand had vóór het gesprek enorm nagedacht over haar positie als vrouw.

Notuleer jij even?
Maar al pratende (en daar zijn we bij uitkomst drie) zijn er toch heus dingen die opvallen. Dat er weinig vrouwen in het hogere management zitten bijvoorbeeld. En dat vrouwen van mannen soms de indruk krijgen dat ze geen carrière kunnen maken als ze kinderen krijgen. Of – veel banaler nog – dat vaak aan vrouwen gevraagd wordt om te notuleren in een meeting. Zonder boze opzet trouwens hoor, daar waren alle vrouwen van overtuigd. Superinteressant was vervolgens uitkomst vier: vrouwen leggen zichzelf soms ook beperkingen op. Dat ze dénken dat ze geen carrière kunnen maken, omdat ze vrouw zijn.

Werkplezier op één
Goed. Mannen en vrouwen hebben dus allebei aannames over de rol van vrouwen. En dat is nou precies waarom het zo belangrijk is om erover te praten. Want door te praten, kun je bewustwording creëren en dingen veranderen. En dat is essentieel als je – zoals wij bij AFAS – werkplezier op nummer één hebt staan.

Het mooie aan praten over lastige onderwerpen is bovendien dat je echt een niveau dieper gaat dan in een gewone werkpretenquête (of, zoals veel organisaties het noemen, een medewerkertevredenheidsonderzoek). Zo spraken we ook over dingen als vrouwonvriendelijkheid en seksuele intimidatie. Het zijn onderwerpen waarover je als HR-manager misschien liever niet praat (wat ik niet vraag, is er niet), maar als je het wél doet, hoor je interessante dingen. Dat grensoverschrijdend gedrag een subjectief begrip is, omdat het vaak niet gaat over wat er daadwerkelijk gebeurt, maar over het gevoel dat het bij vrouwen oproept. En dat vrouwen er hierdoor moeilijk over praten (‘Het zal wel aan mij liggen’). Dit weten en er vaker over praten vergroot de openheid. En ook dat draagt bij aan een positieve cultuur. 

Geen gezeur
Eerlijk is eerlijk: dit soort rondetafelgesprekken gaat niet vanzelf goed. Het is belangrijk dat je vooraf een duidelijke agenda hebt, en dat deelnemers van tevoren kunnen nadenken over de onderwerpen. Ook is het handig om met je directie af te stemmen wat je doet en hoe je daar samen over communiceert naar de rest van de organisatie. Dat dit geen meidenclubje over make-up is, maar een manier om grondig aan de slag te gaan met werkplezier.

En dan zijn dit soort gesprekken vooral ook enorm leuk. Er komen allerlei creatieve ideeën boven. Van een pantybar met de titel "Ben je weer uit je panty gegaan?", waar je als vrouw een nieuwe panty kunt halen als je een ladder hebt, tot een kast voor extra schoenen omdat het op je hakken soms best ver lopen is van je geparkeerde auto naar je werkplek. De gesprekken geven energie én een sterke basis om door te gaan. Doen dus!