AFAS blogt
Auteur: Britt Breure

‘Jij directeur HR? Van een afdelinkje zeker’

Wat we doen aan vooroordelen. En wat we nog te weinig doen.

‘Het gaat niet vanzelf, en het gaat niet altijd goed. Maar we werken er wel aan.’ Dat schreef ik in het vorige blog over diversiteit. Ik beloofde je mee te nemen in waar we tegenaan lopen, en hoe we daarmee omgaan. Meteen de volgende dag kreeg ik een appje dat de vinger op de zere plek legt. 

Het bericht kwam van een nieuwe collega, met een migratieachtergrond. Hij wilde een ervaring delen. ‘Het naarste dat ik meemaak, is de verbazing. Je voelt dat iemand verbaasd is dat ‘mensen zoals ik’ doelen kunnen halen. Zo kreeg ik onlangs de opmerking: Ben jij aangenomen als Trainee Consultant bij AFAS? Dat is zo pijnlijk.’ 

Nu kun je zeggen: wat is het probleem? Jullie hébben hem toch aangenomen? En die opmerking komt toch niet uit jullie organisatie? Klopt. Maar het laat wel een typisch menselijke eigenschap zien, namelijk dat we last hebben van vooroordelen. Allemaal. Dus ook bij AFAS. Je hebt impulsief een gevoel, dat je niet rationeel onderbouwt. Soms is dat ook best nuttig: olifantenpaadjes in je hoofd helpen je om snel te kunnen handelen. Je hebt nu eenmaal niet altijd de tijd om alles te overwegen. Maar… wat nou als je impulsieve gevoel rationeel gezien echt niet okay is? Dan moet je je olifantenpaadje verleggen. 

Dat kost tijd. En daar moet je bewust aan werken. Vernā Myers heeft daar een inspirerende TEDTalk over. Ze beschrijft hoe ze in een vliegtuig zit, de stem van de gezagvoerder door de speaker hoort (‘Welcome on board’) en denkt: Gewéldig! Het is een vrouw! Vervolgens krijgt het vliegtuig last van turbulentie. En denkt ze: ‘O nee, als die vrouw maar weet hoe ze moet vliegen.’ Vooroordeel: mannen kunnen beter vliegtuigen besturen dan vrouwen. En dat bij een feminist. 

Triggers weghalen

De eerste stap die we bij AFAS gezet hebben, is het weghalen van triggers die vooroordelen in de hand werken. Zo moest je een tijd geleden nog een foto uploaden bij je sollicitatie, en die kregen onze recruiters dan groot in beeld. Dat wil je helemaal niet. Want je hebt dan – zonder dat je dat wilt -  al een mening vóórdat je iemand gesproken hebt. Andersom kijken we ook naar vooroordelen die mensen misschien over ons hebben. Dat we op het sektarische af zijn bijvoorbeeld. Met vooral medewerkers die in het standaardplaatje van een ICT-er passen. Terwijl bij ons iederéén welkom is (die het werk van anderen beter en leuker wil maken met software, en die optimistisch is ingesteld, dat wel). Dat melden we nu veel explicieter, op onze website, maar ook door het gewoon te noemen bij vacatures: ‘Voel jij je ondervertegenwoordigd in onze branche? Dan nodigen we juist uit om te solliciteren. ‘

Daarmee zijn we er natuurlijk niet. De volgende stap is dat we vooroordelen bij onszelf herkennen en er vervolgens naar handelen. Daarom gaan onze recruiters en managers binnenkort een training volgen. Zodat we het er met zijn allen bewuster over kunnen hebben: wat denk je? En is dat écht zo of is het een gevoel? Wat is dan je vooroordeel? Die gesprekken voeren we nu nog te weinig. 

Spannende gesprekken

Praten over vooroordelen is nodig. Zolang er verschillen in kansen zijn, zolang vrouwen minder betaald krijgen, zolang mensen met een donkere huidskleur minder makkelijk een baan kunnen vinden dan witte mensen. Enfin, vul maar aan. En natuurlijk is het ook spannend. 

Het ligt een stuk gevoeliger dan praten over pak-em-beet favoriete vakantiebestemmingen, en het vraagt dat je je woorden zorgvuldig kiest. Een voorbeeld. Onlangs vertelde ik mijn buurman over mijn nieuwe functie (van manager werd ik directeur). ‘Jij? HR directeur? Van een afdelinkje van AFAS dan zeker’, was zijn reactie. Mijn buurman is een aardige vent. We hebben goed contact. En toch verbaasde het me en kwetste het me op een bepaalde manier toch ook. Want, waar komt zijn vooroordeel vandaan? 

En nu is de vraag: mag ik dit vergelijken met de pijn van mijn collega aan het begin van dit blog? Kunnen we het hier samen over hebben, open en eerlijk? Ja, dat is spannend. En nee, dat zijn we nog zeker niet gewend. Ik denk dat we het in ieder geval moeten proberen. De aanleiding en de aard zijn misschien anders is, maar we voelen ons allebei geraakt. Juist in die kwetsbaarheid kunnen we elkaar vinden. En dat is de basis voor een écht inclusieve organisatie. 

Wil je meer weten over waar we aan werken en hoe? Kijk dan op afas.nl/diversiteit. Stuur me ook vooral een berichtje als je jouw ervaringen wilt delen.